Menu
News

An ode to Château Akkerman

September 12, 2017

Door Willem Sjoerd van Vliet

In het begin van de vorige eeuw, in 1902, verscheen het boek: Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, strak geordend en samengesteld door Frederik August Stoett.

Alle spreekwoorden die hij kon vinden bundelde hij met oplopend nummer. Tussen nummer 176 (Zijn beste beentje voorzetten) en 174 (Geen been in iets vinden) staat: Op één been kan men niet staan. Onder het lemma staat omschreven: ‘Deze zegswijze wordt gebezigd om iemand aan te moedigen na een glaasje nog een tweede te gebruiken.’ Iets verder staat beschreven hoe het spreekwoord in zinsverband gebruikt moet worden : “ Oppassen, je verstand er bij gebruiken, scherpte hij zichzelf in. Toch…. op een been kan-je niet staan…. eentje nog?”

Ik stel me voor dat in een bruin café in De Jordaan er elke avond een stamgast dit spreekwoord gebruikt. Hij schuift zijn lege glas over het kleedje richting de de toog en zegt tegen de barman: ‘Op één been kan je niet staan’. En zo drinkt hij een allerlaatste pils voor hij weer huiswaarts keert. De kans is groot dat ik nat ga met de volgende veronderstelling, maar ik waag het er op. Hier bij Oedipus, is dat spreekwoord nog nooit gebruikt. Nog een laatste saison? Vraagt iemand. Chill, is het antwoord.

Frederik August Stoett is geboren in Friesland, overleden in Nijmegen en begraven in Amsterdam. Ikzelf heb een Friese naam, ben geboren in Nijmegen en woon nu hier. Deze wetenschap is voor mij genoeg reden om me te presenteren als de ‘missing link’ tussen Stoett en de vandaag aanwezige schilder Philip Akkerman: Want in het jaar dat ik geboren ben besloot Philip Akkerman alleen nog maar zelfportretten te maken.

Dat is nu 36 jaar geleden. In die periode hield hij ook een dagboek bij. Op 31 maart 1980 lees ik: “ik voel me het prettigst als ik allerlei dingen van het leven, als ik die juist niet weet. Onzekerheid en chaos, daarbij voel ik me beter. Daarom misschien werk ik ook zo doelloos.”

Ik weet het ook niet zeker, maar iets zegt me dat in het spectrum van orde en chaos de Heer  Stoett en de Heer Akkerman ver van elkaar verwijderd zijn. En toch, ze moeten minstens één keer in hun leven allebei het spreekwoord ‘Op één been kan je niet staan’ in de praktijk hebben gebracht.

Nog een quote van Philip Akkerman, maar nu van tien jaar geleden, opgetekend in het tijdschrift Ons Erfdeel.

“Als ik door mijn ogen naar buiten kijk, dan zie ik een heldere wereld. Maar als ik naar binnen kijk, dan zie ik duisternis. Ik weet niet wie ik ben en dat geeft mij als schilder een enorme vrijheid want ik kan alles maken wat in mijn hoofd opkomt. Maar tegelijkertijd is er geen houvast. Doe ik het wel goed? Moet ik de gekte toelaten of juist onderdrukken? Moet ik realistisch schilderen of fantastisch? “

Hierdoor moet ik aan Oedipus denken. Weten zij wel wie ze zijn? Na een trits  biertjes met kleurrijke smaken en voorzien van etiketten die lijken te zijn uitgepoept door een eenhoorn galopperend op een regenboog, is er nu Chäteau Akkerman. Een bockbier met een voor hun doen, een op het oog regulier etiket.

Voorafgaand aan deze avond sprak ik met Rick van Oedipus en hij gaf toe dat de klant, en daarmee bedoelt hij de cafés, graag een bock van Oedipus willen serveren. Voor veel bierdrinkers blijft het een rotsvast gegeven: lente en zomer is wit, herfst is bock.

Het lijkt er op dat Oedipus met Chataux Akkerman een realistisch schilderij gemaakt heeft, eentje voor de heldere wereld. Maar wie het biertje proeft – precies proeft – en de smaak van gebrande mout op waarde schat, maar ook de chocola en caramel, snapt dat er juist een tekening van Philip het etiket siert. Deze lijntekening oog klassiek maar er borrelt ook een gekte uit omhoog.

Tot slot een laatste dagboekaantekening van Philip Akkerman:

14 juli 2002: ‘Eck bhen ferv gheworde’

Het is een uitdrukking die in het spreekwoordenboek van Stoett had kunnen staan. En als wij nu een slok van ons bockbier nemen zal het zijn:

Ik ben Akkerman geworden.